
Oefening 1:- Op ieder vak liggen 3 ballen. - Spelers geel en blauw bewegen zich door het vierkant. Iedere speler heeft één bal.- Als de trainer één keer fluit leggen de spelers hun bal z.s.m. op het (dichtsbijzijnde) vak en pakken ze er een andere bal vanaf.- Fluit de trainer twee keer, pakken de spelers ieder één bal van het (dichtsbijzijnde) vak af en drijven ze bal naar het driehoekje (uitgezet met pionnen). Daar pakken ze weer een andere bal uit.Oefening 2:- De trainer geeft ieder vak een getal (1 t/m 4). - In willekeurige volgorde noemt de trainer een reeks van vijf getallen. Bijvoorbeeld 2-4-2-1-3.- Speler 1 volgt de bovenstaande volgorde. Speler 2 doet dat in tegenovergestelde volgorde: 3-1-3-4-2.- 1 is dus het tegenovergestelde van 4 (en 4 van 1). 2 is het tegenovergestelde van 3 (en 3 van 2).- De reeks werk je af door de bal over de vakken te liften.- De speler die als eerste en in de juiste volgorde de reeks afwerkt, wint het spel. - Je kunt dit spel ook individueel doen. In dat geval houd je de tijd bij.
- Alle oefeningen voer je uit in tweetallen.- Als tweetal krijg je bij iedere oefening 2 minuten de tijd om de bal zo vaak mogelijk over te geven.- Als de oefening niet op de juiste wijze uitgevoerd wordt, kunnen er strafpunten uitgedeeld worden.- Uiteraard krijg je als speler de gelegenheid om van tevoren te oefenen.
This practice has no coaching points
This practice has no progressions
in more ways than one
A few weeks into the league season, poor first touches are costing teams the ball. Coach body shape, scanning and receiving on the move to keep possession.
Pre-season fitness fades fast once the league starts. Build conditioning into ball work and use rolling subs well to keep your squad sharp all season.
The first weeks of the season decide whether a junior or new player sticks with adult hockey. Here is how to keep them safe, give them a clear job and build their confidence from the very first bully.